Verslag 2005 Battice Bart De Bergé

Bart De Berge De ‘4 Cimes du Pays de Herve’ is een klassieker. Het 33 km lange parcours is niet alleen uitdagend, maar ook steeds weer verrassend (ondanks al enige parcourskennis en verscheidene blikken op het hoogteprofiel is het na elke bocht of knik toch weer afwachten of er een afdaling of weer een nieuwe klim wacht). Het traject is bijzonder afwisselend en op verschillende punten gewoon adembenemend mooi. Al hebben we jammer genoeg niet zoveel tijd als we zouden willen om eens goed rond te kijken. Nergens doet de finish halen evenveel deugd als in Battice. De aankomst bergop heeft toch iets speciaals.
Naar gelang de weersomstandigheden is het landschap ook elk jaar weer anders. Het kan op de 2e zondag van november immers nog zomers warm zijn, maar evengoed ook guur of mistig.

Wat de organisatie betreft, daar is iedereen het over eens, die is eenvoudigweg uitstekend: prima kilometeraanduiding (+ infoborden aan de voet van de zwaarste hellingen), gratis inschrijving, voldoende bevoorrading, vlotte afhaling van de borstnummers, ruime kleedkamers, gratis massage voor en na de wedstrijd, gratis casse-croute na afloop,… We hebben ondertussen al aan heel wat wedstrijden deelgenomen en slechts weinige daarvan zijn even goed georganiseerd.

Ondanks de afwezigheid van startpremies of prijzengeld spreekt de erelijst van de 4 Cimes voor zich. Reeds heel wat goede atleten schreven deze wedstrijd op hun palmares. De afwezigen hebben ongelijk en missen de unieke sfeer van de Cimes.

Voor mijzelf was het na een afwezigheid van 5 jaar, met talloze problemen aan de achillespees en het bekken en verschillende perioden van inactiviteit, een groot vraagteken of mijn lichaam deze zware wedstrijd nog wel aankon. Voor de 20e editie wil ik er in elk geval graag nog eens bij zijn. Winnen zou fantastisch zijn.
De conditie is nul als we in augustus na weer een maandje rusten terug beginnen op te bouwen naar Battice toe. De eerste week loop ik 2 x 30 minuten en ben zo stijf als een plank. Elke week wat meer kilometers en niks forceren. We hebben nog tijd genoeg.
Mijn achillespees zeurt de eerste weken wel wat, maar de pijn is draaglijk en het wordt niet erger.

Het tweede weekend van september begin ik aan mijn specifieke heuveltraining. Anderhalf uur op en rond de Kemmel, de volgende weken 2 uur. Mijn uithouding begint te verbeteren, maar er is nog veel werk aan de winkel. Het klimmen gaat nog met lood in de benen en bij het dalen moet ik afremmen omdat mijn hamstrings wel lijken te scheuren. Op de steile kant van de Kemmel kom ik maar met veel moeite en amechtig naar adem snakkend boven. Maar dit gaat snel zijn vruchten afwerpen, daar ben ik zeker van.

Een week later durf ik voor het eerst weer een wedstrijd te lopen. Ik kies voor een lange, relatief trage wedstrijd. In Meslin-l’Eveque start ik zonder ambities aan de 30 km lange golvende omloop ‘Les Tortues Meslinoises’. Van wedstrijdritme is nog geen sprake en omdat ik de kopgroep veel te lang wil volgen trap ik serieus op mijn adem. Na 17 km is het bobijntje af en kies ik voor een trager ritme. Op het einde kom ik er weer wat door en haal nog niet al te beroerd de finish. Als 9e op 7 minuten van winnaar Patrick Jamoulle. We weten in ieder geval waar we staan en al bij al is dit zo slecht nog niet.

Mijn lichaam herstelt goed van deze eerste test en de week daarna zijn er voor het eerst tekenen van betere benen. In Beernem verras ik mezelf met 11 km aan 19 km/ uur. Zonder enige snelheidstraining is dit veelbelovend. De verdere voorbereiding verloopt prima tot ik na enkele versnellingen op vakantie in de Somme plots last krijg van een serieuze verrekking in de rechterhamstring. De volgende dag kan ik nauwelijks stappen en ik voel de bui al hangen.
Soortgelijke blessures hebben mij al geleerd dat deze zeer hardnekkig zijn en dat enkele dagen rusten ruim onvoldoende is. Koppig blijf ik daarom doortrainen. Ik heb geen zin om alles in het water te zien vallen en misschien gaat het wel vanzelf over. De eerste honderden meters zijn verschrikkelijk, maar daarna krijg ik er toch weer wat tempo in. Comfortabel lopen is het in geen geval niet, maar liever dat dan stil te blijven zitten. Ik heb ook niet het gevoel dat ik de boel forceer en dat stelt me enigszins gerust.

Terug thuis begin ik de pijnlijke spier met allerhande zalfjes in te wrijven en dit helpt wel wat, maar niet spectaculair. Extra magnesium heeft meer effect en de spier herstelt langzaam, maar na een zwaardere training komt de verkramping terug.

Ik besluit risico’s te nemen en de wedstrijden die ik gepland had toch te lopen. Vooral de Cretes La Hulpoises is een serieuze waardemeter, met een paar pittige klimmen en (wat me minder ligt) enkele glibberige afdalingen in het Zoniënwoud. Ik heb al bij al niet zoveel last van mijn hamstrings en op de hellingen ga ik gemakkelijk mee met meervoudig bergkampioen Pascal Michiels. De gladde bospaadjes liggen me minder en hier moet ik af en toe een gaatje laten. Ik verlies de wedstrijd op een gevaarlijke afdaling waar ik pas en rustig te voet naar beneden ga. Met honderd meter achterstand en relatief fris bereik ik de aankomst. Van een opsteker gesproken.
Ook Peter de Vocht is er in La Hulpe bij. Het zou me niks verbazen als ik hem in Battice terugzie.

De volgende weken is er beterschap met mijn blessure. De ergste hinder is weg. Maar bij de minste snelheidstraining trekt alles tegen en de volgende dagen is de verkramping terug erger. Het zal er vooral op aan komen om de laatste week goed te rusten en mijn gespannen spier zo weinig mogelijk te belasten.

Ik kom aan de start in Battice met heel wat twijfels. De conditie is er in elk geval, maar hoe zal het met mijn hamstring in de tweede wedstrijd gesteld zijn en hoeveel hinder zal ik er van ondervinden. De laatste dagen is ook een lichte oorontsteking komen opzetten. Gelukkig is het de ochtend van de wedstrijd aan de beterhand.
Het is ondertussen ook al een aantal jaar geleden dat we een wedstrijd van die lengte liepen en toen waren er nog geen blessures.
Ik neem mezelf voor om behouden te starten en te wachten op de zware klim naar Fort d’Aubin (2e cime) om eventueel te versnellen.

Aan de start staan 4 winnaars van de afgelopen 5 jaar: 4-voudig winnaar én houder van het fabuleuse wedstrijdrecord Peter De Vocht (93,94,98 en 2003), loper-avonturier Wouter Hamelinck (2002), ikzelf (99,2000) en Olivier Pierron, winnaar van de vorige editie.
De eerste km gaat Peter er fors tegenaan, ik heb moeite om aan te sluiten en niemand anders volgt.
Op de eerste hellingen voel ik dat Peter toch zo sterk niet is. Als ik overneem moet hij al direct een gaatje laten. Toch voel ik er niet veel voor om nu al alleen te gaan. De weg is nog lang.

Ik wacht nog een paar km, maar nog voor de eerste cime (Croix de Charneux) besluit ik toch op reserve mijn eigen tempo te lopen. Het gaat soepel en van mijn hamstring heb ik weinig of geen last. Stilaan bouw ik mijn voorsprong verder uit. Na 14 km wacht de eerste zware hindernis van de dag en tevens de lastigste (Fort d’Aubin), met in het begin een steile strook die de benen echt afsnijd en een lange bedrieglijke uitloper. Je hebt de indruk al lang boven te zijn, maar het blijft nog een hele tijd bergop gaan. Ik heb geleerd van vorige deelnames dat ik hier nog niet in het rood mag gaan.

De 3de cime van de dag (Mauhin) vind ik persoonlijk de mooiste passage in de wedstrijd. Een slingerende weg tussen de bomen waar je een hoog tempo kunt blijven lopen en bochten die je mooi kunt aansnijden. Boven wacht echter geen afdaling, maar een kort plateau, waarna de moeilijkste kilometers beginnen.
Aan km 24 begin ik de eerste tekenen van vermoeidheid te voelen. De molen draait niet meer zo soepel en mijn benen beginnen te verkrampen. Ik moet gas terugnemen, gelukkig is de voorsprong riant en ik kan me wel wat tempoverlies veroorloven. Het is trachten te overleven en zien door te bijten tot km 30. De hellingen zijn op zich niet zo zwaar meer, maar het blijft maar stijgen en recuperatie is er niet meer bij.
Op km 30 (Chapelle du Transpineu) zijn de 4 cimes achter de rug. Er wacht enkel nog de Mur de Bouxhmont naar de aankomst toe. Eerst is er nog een korte steile afdaling die niet echt een geschenk is maar een regelrechte aanslag op de vermoeide spieren en pezen. In de laatste km zit nog een verduiveld lastige strook, waar ik moet sleuren om boven te komen. Alles doet nu pijn, maar de redding is nabij. Op de muur heis ik mij met pijnlijke kuiten en met de hulp van het publiek naar boven. Mijn 3e overwinning is een feit. Een gelukzalig moment.

Ik finish in 1’54” 41. Niet eens zo’n slechte tijd. Peter is op een kleine 4 minuten tweede. Luc Alsteens derde. Maar ieder die de aankomst bereikt viert zijn eigen persoonlijke overwinning.

Zonder supporters naar de wedstrijd komen heeft ook zo zijn nadelen. Aan de aankomst is het behoorlijk fris en mijn auto staat meer dan een km verder. Gelukkig krijg ik van een van de organisatoren een jas om mij wat warm te houden. Suf van de wedstrijd en in het geharrewar na de aankomst (bos bloemen, drank aannemen, even gaan zitten) raak ik echter mijn autosleutels kwijt. Na enkele minuten krijg ik dit door en een rampscenario komt mij al voor ogen. God zij dank worden met hulp van de speaker mijn sleutels vrij snel teruggevonden door een toeschouwer. Een hele opluchting. Ondertussen zijn we wel een half uur verder en ben ik behoorlijk verkleumd. Een flinke verkoudheid staat mij wellicht te wachten. Maar dat neem ik er graag bij.

Moe maar voldaan keren we huiswaarts. Als alles goed gaat kom ik volgend jaar zeker terug.