Verslag 2006 - Erik Dijksman

Les 4 Cimes du pays de Herve. Een loop met gratis deelname en lunchpakket toe, dat leek me wel wat. Er moest een eindje voor gereisd worden (230 km heen en terug) en onderweg waren er ook nog wat hoogtemeters (650) te overwinnen, verdeeld over 4 toppen. Dat laatste trekt me juist aan, dus vertrok ik zondagochtend 12 november om 6 uur s'ochtends op weg naar Battice, België, in de provincie Luik. Om 9 uur daar aangekomen vroeg ik met toch even af, wat ik hier eigenlijk deed, op de vroege zondagochtend, het regende een beetje en al was het niet erg koud (een graad of 10), er stond vrij veel wind.

De start was om 11 uur, dus nam ik plaats aan één van de lange tafels in de "Cercle St. Vincent", waar ik mijn startnummer kon afhalen. Met een kopje koffie bestudeerde ik de route, om de volgorde van klimmen en dalen in me op te nemen. Het was hier op 320 m hoogte ook kouder dan op zeeniveau, ik zag allemaal wanten en mutsen om me heen. Op het laatste moment trok ik nog een extra shirt over mijn 2 lagen aan.

Het parcours heeft de vorm van een acht, maar belangrijker zijn de hoogteverschillen. Battice, waar gestart wordt op de Mur de Bouxhmont ligt op het hoogste punt. Direct na de start begint een steile afdaling langs een smalle weg. Hier wordt uitdrukkelijk voor gewaarschuwd. De eerste km-tijden liggen ruim onder de 5 minuten. De omgeving is landelijk, een echte course champêtre zoals de organisatie het noemt. Het parcours daalt niet alleen maar, er zijn vrij snel al een paar klimmetjes, waaronder op 6½ km de eerste cime "Croix de Charneux" op 225m hoogte. Per saldo blijven we dalen, tot aan het laagste punt van het parcours, na 13 km het dorpje Mortroux op 110m hoogte. Ik ben blij met het extra shirt, op de Cimes waait de wind door je heen, alleen op de klimmetjes is het zweten.

In tegenstelling tot mijn vorige buitenlandse bergloop, waar slechts 58 deelnemers waren, kent de "4 cimes" een ruime bezetting: 777 finishers, waaronder 114 Nederlanders, 37 Duitsers en een handjevol Engelsen en Fransen. Hierdoor loop je gedurende de hele wedstrijd niet alleen. Door de steile afdaling na de start ben ik wat snel begonnen, tot het dorpje Mortroux op 13 km haal ik nog 5:00 gemiddeld per km. Daar begint de beklimming van de 2e Cime de Mortroux, maar liefst 100 m stijgen. Hier een doorsteekje langs een weiland, een welkome afwisseling van het asfalt van de landweggetjes. Hier komen we de fotograaf voor het eerst tegen. Bovenop de Cime de Mortroux is het kaal en winderig, hierna volgt een flinke afdaling.

We hebben er al een ½ marathon opzitten en het lukt me niet meer om voluit te dalen, de 2 Cimes hebben hun tol geëist. In de afdaling wordt ik ingehaald door een loper met een hond aan een elastische riem. De hond draaft makkelijk met hem mee en laat zich zelfs nog afleiden door twee motoragenten die op het parcours rijden. Er zijn voldoende verzorgingsposten, alleen had ik gehoopt op bananen of ander voedsel, er is alleen water & sportdrank. Op 22 km bereik ik, na 2 uur precies, de 3e "Cime Mauhin". De 2e 11 km zijn 10 minuten trager gegaan dan de eerste 11 km (die berekening maak ik pas na afloop).

In feite volgt er nu één lange klim van 11 km terug naar Battice, ruim 100 m klimmen. Op 30 km wordt nog een tussenstop benoemd: de 4e Cime "Chapelle du Transpineu" (290m). Mijn tempo zakt intussen behoorlijk in, zo tussen de 6 en 7 minuten per km. IK kan gelukkig blijven hardlopen. Anders dan in echte berglopen heb je hier minder snel een excuus om te gaan wandelen. De frequente afwisseling van klimmen én dalen kost zoveel kracht, dat je in de afdaling gewoon geen energie hebt om ervan te profiteren.
De laatste paar km komen bekend voor: dit was de steile afdaling vanaf de start, de Mur de Bouxhmont. Heel even wandelen en dan weer verder, aangemoedigd door trommelaars die op grote olievaten roffelen. Ik kom binnen na 33 km in 3:17 (618e plek), blij dat ik er ben. De 3e 11 km 12 minuten langzamer (1:17) dan de 2e 11 km (1:05). De 1e 11 km waren in 55 minuten afgeraffeld.

In de sporthal trek ik droge kleding aan en zoek daarna de warmte op in de "Cercle St. Vincent". Tot mijn verbazing zit het daar bomvol, iedereen aan de lange tafels met zijn cassecroûte (boterhammen met kaasjes uit de streek) én een groot glas bier. De cassecroûte laat ik me goed smaken, het bier sla ik over, want er moeten nog ruim 200 km gereden worden terug naar Amerongen.