Verslag 2006 - Jan Ramaekers Maastricht

Na mijn eerste deelname aan de 4 cimes in 2005 stond meteen vast dat ik me vaker in Battice aan de start zou melden voor vervolg edities van dit geweldige loopavontuur. Ik had er dit jaar erg veel zin in, en met mij 1000 collega lopers die rond 10 uur s’ochtends geduldig in de file reden in dit anders zo landerige plaatsje. In de entreehal van het registratiekantoor hing een lange lijst met deelnemers en startnummers die verderop konden worden opgehaald. Mij was startnummer 640 toegekend. Cime no 1, hoe spreek je dat getal ook alweer uit in de Franse taal? Gelukkig zijn er altijd nog pen en papier die deze hindernis helpen overwinnen. De plaatselijke sportzaal deed weer dienst als kleedruimte en rook naar tijgerbalsem. De meeste lopers waren in zichzelf gekeerd en bezig met de mentale voorbereiding op de wedstrijd. Ze wisten natuurlijk dat er nog 33 loodzware km’s in het verschiet lagen.

Op het opzwepende ritme van djembees werden de lopers naar de “mur de Bouxhmont” begeleid naar de start van de wedstrijd. De omroeper vertelde nog een verhaal in het Frans waar ik alleen uit kon opmaken dat we voorzichtig moesten zijn voor het een of ander, maar de werkelijke betekenis ontging me. Die werd pas duidelijk na het startsignaal. De horde lopers wierp zich van de muur waarvan een zijde was opengebroken voor werkzaamheden. Daar gaapte een diepe kloof die was afgezet met rood/wit lint. Het was daardoor nogal dringen geblazen op de versmalde afdaling en als een tonnetje sardines rolden we naar beneden. De eerste kilometers zijn simpelweg genieten van een glooiend parcours dat hoofdzakelijk bergafwaarts gaat. Het landschap plooit in prachtige heuvels en kleurt zijn mooiste herfsttinten. Bij iedere kruising bewaken vrijwilligers de route en hun welgemeende aansporingen zal talloos. Hun enthousiasme en toewijding dragen onmiskenbaar bij aan de intense koersbeleving van de lopers.

Bij km 12 (Mortroux) volgt een korte maar pittige buitenbijter, een eerste voorbode van wat er nog gaat komen. Voor me fietst een waterdrager die de helling duidelijk niet kan verwerken en zijn voeten niet snel genoeg uit de pedaalclips kan bevrijden. Hij valt dwars over het brokkelige asfalt en ik moet springen om niet op zijn hoofd te landen. Ik twijfel of ik moet stoppen , maar zie dat de schade wel meevalt. Doorlopen maar. Dan volgt de lange klim naar Fort d’aubin en de onvermijdelijke steile afdaling. Daar ontmoet ik nog meer fietsleed. Nu is het een fietser van de organisatie die van de weg is geraakt. Gelukkig ook hier slechts bulten en schrammen.

Met mijn “ wedstrijd” gaat het ondertussen redelijk voorspoedig, ik loop op een tempo van 5min/km zoals gepland. Maar ik weet dat de wedstrijd pas begint op km 23, na de beklimming van de cime Mauhin. Deze beklimming gaat in een gestaag tempo maar aan de top blijkt de meeste energie toch verstookt. Het moet een tempo lager en de rest van de strijd gaat op karakter.

Op km 27 vind ik toch mijn 2e adem en ik pak mijn oorspronkelijke tempo weer op. De opleving is echter van korte duur want op km 28 dient de 4e cime (Transpineu) zich aan met weer een venijnige helling. Ik ploeter voort en zie in de verte de finish al liggen op de volgende heuveltop. Het slotstuk is de beklimming van de muur. Daar heb ik natuurlijk 33 km lang naar uitgekeken en onder de begeleiding van een oorverdovend tromgeroffel slalom ik naar boven (eindtijd 2:50:21). Een halve minuut sneller dan het jaar daarvoor. De après cimes is er gezellig maar mijn maag heeft geen trek. De streekgerechten en het Val Dieu bier sla ik dit jaar maar even over, die haal ik volgend jaar wel in.

Jan Ramaekers